KISS-syndroom

Wat is Kiss?

Kiss staat voor Kopgewrichten Invloed bij Stoornissen in de Symmetrie. Het belangrijkste lichamelijke symptoom is het niet of beperkt beweeglijk zijn van het hogere deel van de nek van baby's. Dit geeft ernstige afwijkingen in het gedrag, de motoriek en de ontwikkeling van het kind. Het ontstaat over het algemeen bij de bevalling. Manueel therapeuten en osteopaten kunnen het  behandelen. Na twee tot drie behandelingen zie je meestal al resultaat. Moeders van behandelde kinderen reageren daarna vaak met: "ik heb een ander kind gekregen!" Als deze behandelingen in een vroeg stadium plaatsvinden dan is de kans op vervolgschade nihil. Wordt de verschijnselen en klachten veronachtzaamd dan leidt het automatisch tot KIDD

Kiss kun je verdelen in twee verschillende categorieën.
- Kiss I
kenmerkt zich door een gefixeerde gedraaide stand van het hoofdje dat daarbij ook scheef staat. Dat heeft tot gevolg dat er een voorkeurshouding wordt gehandhaafd die op haar beurt de borstvoeding eenzijdig bemoeilijkt, het hoofdje aan de achter-en/of zijkant afgeplat raakt, de houding van het lichaam vorm krijgt alsof het een banaan was, de ontwikkeling van de motoriek eenzijdig achterblijft waardoor bijvoorbeeld ook het omrollen maar naar één kant wordt ontwikkeld en er geen of nauwelijks een kruipfase wordt doorlopen. Verder kunnen ook de volgende verschijnselen optreden: niet op de buik kunnen/willen liggen, asymmetrische bilplooi, enkelzijdige beperking van het heupgewricht (uitsluiten dat het om een geïsoleerd heupprobleem gaat), slik- en buikklachten, slaapstoornissen en overmatig huilen (meer dan 3 uur per dag).

- Kiss II wordt erdoor gekenmerkt dat het hoofdje achterover gefixeerd wordt in een extreme strekstand. Verder heeft het kindje, naast een aantal van de kenmerken van Kiss I ook last van overstrekken van de hele romp, afgeplat hoofdje middenachter, geen oprichtreactie van het hoofdje, rolt via druk op het achterhoofd om, staat vaak al met 10 maanden, kruipt niet of kort, de borstvoeding geeft aan beide zijden problemen. Daarnaast kan nog sprake zijn van een slechte, houterige, motoriek, niet alleen algemeen maar ook specifiek voor de spieren van het gelaat, uitgebreide slaapstoornissen, overmatig huilen (meer dan 3 uur per dag) en het niet op de buik kunnen/willen liggen.

Symptomen van Kiss

- Het hoofd staat scheeef en wordt naar één kant gedraaid
- Het kind trekt het hoofd naar achteren
- Aankleden geeft heftige reacties
- Schedelasymmetrie, achterhoofd en voorhoofd
- Slaapstoornissen, veel en hoog huilen (niet in alle gevallen)
- Prikkelbaar, driftig en onrustig
- Aan het haar of oor trekken op één plek haarplukklen
- Koude handjes en/of voetjes
- Slikklachten, overmatig kwijlen
- Kuchen zonder verkouden te zijn
- Niet willen kruipen, billenschuiver en gaat vroeg staan al vanaf 7 maanden
- Vertraagde spraakontwikkeling

De oorzaak.

Kiss kan door diverse oorzaken ontstaan. De belangrijkste zijn de trage, langdurige bevalling waarbij het kindje met grote moeite wordt geboren, meestal met gebruik van tang of vacuüm. Maar ook een erg snelle bevalling of een keizersnee kan Kiss tot gevolg hebben. Het belangrijkste is dat het nekje van de pasgeborene het hoofdje niet kan volgen waardoor een soort ontwrichting ontstaat. Dat geeft bewegingsbeperking wat de bovenstaande gevolgen genereert.

De behandeling.

Zowel Kiss I als II zijn bij manueel therapeuten die in het Kiss register staan in goede handen. Ook osteopaten behandelen Kiss hoewel zij het geen Kiss noemen. Zowel de geregistreerde Kiss therapeut als de osteopaat zijn direct, dus zonder verwijzing, toegankelijk. Mocht een kindje verwezen worden naar een geregistreerde kinderfysiotherapeut en de behandeling heeft niet het gewenste effect, dan kunt u deze kinderfysiotherapeut vragen contact te zoeken met een manueel therapeut uit het kiss register. Over het algemeen hebben kinderfysiotherapeuten en manueel therapeuten die in het kiss register staan contact met elkaar, onderzoeken ze kiss kinderen samen, wisselen, als de ouder daarvoor toestemming geeft, gegevens uit en behandelen ook samen. Ook kan het zo zijn dat de manueel therapeut de lichamelijke beperkingen wegneemt waarna de kinderfysiotherapeut het verzoek krijgt om de vertraagde motorische ontwikkeling ter hand te nemen.

Tijdens de behandeling zal er uiteraard eerst onderzocht worden wat er aan de hand is, welke symptomen het kindje vertoont, wat de lichamelijke gevolgen zijn en welke invloed dat heeft op de ontwikkeling en het hanteren en welbevinden van baby en ouder(s). Daarna zal in onderling overleg worden besloten welke (behandel)weg ingeslagen wordt. De behandeling bestaat over het algemeen uit een aantal lichte beweging bevorderende impulsen op de nek en het bekken van de zuigeling. Van enige manipulatie zoals bij volwassenen is geen sprake. Meestal is er een lichte reactie van het kindje zichtbaar. De beweeglijkheid verbetert onmiddellijk en ook het gedrag van het kindje verandert. Meestal reageren de ouders al na één behandeling "dat ze een ander kindje hebben gekregen". Het zal wellicht nodig zijn om de behandeling een aantal malen te herhalen om de beweeglijkheid vast te houden. Meestal zijn een vier- tot vijftal behandelingen voldoende om te komen tot een volledig herstel. Het blijkt dat, hoe jonger een kindje wordt behandeld, hoe beter en sneller het resultaat tot stand komt.

Na de laatste behandeling van uw KISS-baby

Waar kunnen de ouders op letten? Wanneer uw kindje goed op de manuele therapie heeft gereageerd, is het zinvol dat de ouders aandacht schenken aan een aantal symptomen die mogelijk terug kunnen komen. In het bijzonder moet de moeder van een KISS-baby zeer alert zijn bij het waarnemen van deze verschijnselen, die misschien onschuldig lijken, maar toch de aandacht van zowel de moeder als de manueel therapeut nodig hebben. Vooral de asymmetrische zuigeling, die goed reageerde op de behandelingen moet in de gaten worden gehouden. Dit geldt vooral, wanneer er sprake was/is van een scheef schedeltje. Ook de lichte scheefstand van de nek heeft aandacht nodig. Onder asymmetrische functies wordt verstaan, dat de ene lichaamshelft anders (meestal slechter) functioneert dan de andere zijde. Dat geldt voor de nek, de bekken- en de heupgewrichten en voeten. Dikwijls is deze asymmetrie in deze vier gebieden gelijktijdig waar te nemen. Dat is voor het zich ontwikkelende kind een probleem. De kans dat de asymmetrie zich na een geslaagde behandeling opnieuw manifesteert is aanwezig, zo blijkt in de praktijk. De ervaring van veel manueeltherapeuten is, dat ouders enkele maanden na de laatste behandeling van hun baby weer contact met hen opnemen, omdat hun kindje een aantal verschijnselen vertoont die opvallen. Niet iedere ouder neemt dit waar en daarom is het zinvol u attent te maken op de mogelijkheid dat vroegere symptomen terugkomen. Bij veel kindjes zullen deze verschijnselen echter niet meer optreden.

Wat zijn dan de verschijnselen?

- Het kindje kan na enige tijd weer (ontroostbaar) gaan huilen en prikkelbaar zijn of worden.
- Het kindje zit of ligt weer met een scheef hoofdje of nog erger: het kindje zit met een scheef ruggetje (scoliose).
- Het kindje gebruikt één handje minder.
- Het kruipen is afwijkend, zoals het laten hangen van één beentje (altijd hetzelfde beentje) In plaats van dat het kind
  gaat kruipen, wordt het kind een “billenschuiver” of blijft “tijgeren”.
- Het kindje grijpt steeds naar één kant van zijn hoofdje of één oortje, vaak gepaard met huilen. Dan kan gedacht
  worden aan eenzijdige hoofdpijn vanuit de hoge nekgewrichtjes.
- Als het kindje loopt, struikelt het veel en dikwijls op dezelfde wijze – meestal is één bekkengewricht en het
  heupgewricht aan dezelfde kant minder mobiel geworden.